Zomer

De zomer komt niet met veel lawaai. Ze sluipt het land binnen op zachte voeten, met ochtenden die al warm aanvoelen voordat de klok acht uur slaat en avonden die weigeren donker te worden. Ineens staan ramen open, klinken stemmen uit tuinen en ruikt de straat naar gemaaid gras en zonnebrand.

Op het plein zitten kinderen met rode wangen op de rand van de fontein. Ze eten smeltend ijs dat sneller druipt dan zij kunnen likken. Hun fietsen liggen achteloos in het gras, alsof zelfs de wielen vakantie hebben genomen. Verderop gooit iemand een bal, er klinkt gelach en er blaft een hond.

De zomer vraagt je naar buiten te komen, je schoenen uit te trekken en het zand tussen je tenen te voelen. Ze lokt met water dat schittert in de zon, met picknickkleden vol aardbeien en stokbrood, met terrassen waar glazen rinkelen en tijd geen haast lijkt te hebben.

Zomer. Vrouw kijkt uit over water.Toch zit de ware schoonheid van de zomer niet alleen in hitte of blauwe luchten. Ook onweer hoort erbij. Een lucht die plotseling donker kleurt, bladeren die zich omdraaien, de eerste druppels op warme stenen. Daarna die geur: regen op stof, fris en belovend. En wanneer de zon terugkomt, lijkt alles opnieuw begonnen.

Misschien houden we daarom zo van de zomer. Niet omdat alles perfect is, maar omdat ze ons herinnert aan eenvoud. Aan licht dat blijft hangen, aan het idee dat geluk soms niets meer is dan buiten zijn terwijl de avond langzaam valt. 

Schrijfoefening
Denk eens terug aan voorbije zomers: toen je nog kind was, toen je puber was, toen je eenmaal volop volwassen was, vorige zomer.
Maak een lijstje van herinneringen die bij je boven komen.
Zet een wekker en schrijf over elke herinnering 10 minuten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *